D i e t s k e G e e r l i n g s
'Uitdragen dat de wereld iets van ons samen is'
als de stad mij letters geeft
laat mij dan niet dichter zijn
maar opener
want alleen open
kan ik ons in klinkers verbinden
aan mijn letters oren laten groeien
zo groot dat zelfs de olifant
in de kamer een stap opzij doet
en ik kan luisteren
وأنا أستطيع أن أسمع
نبض قلبك يترجمه لساني
وقلبي يمنحك القوة
معاً نكتبُ التاريخ
لمدينةٍ تزدهرُ بالياسمين
met jouw hart op mijn tong
mijn hart onder jouw riem
kunnen wij samen geschiedenis schrijven
van een bloeiende stad
waar ruimte groeit
in de diepte
omdat daar geen grenzen zijn
derinliklerde büyür kainât
zirâ orda engeller yerine
sonsuzluğa bırakır
geniş bir kalp herkese bir nefes, bir nefhâdır
in een open hart altijd plek is
kelimelerimizi waar we onze talen حيث نُغمّسُ لغاتنا
paylaştığımız yerde in elkaars inkt dopen في حبر بعضنا
lisanımız beraber akar zij samen stromen لكي يتضفقوا معاً
als berkel en ijssel
niemand nog aarzelt
erin te springen
omdat we elkaars hoofd
boven water houden met
letters als bakens
flessenpost
op de golven
Twee leerlingen van Dietske Geerlings, Khaldoun Odeh en Özge Koç, hebben het hart van haar eerste stadsgedicht in de inkt van hun moedertalen gedoopt door stukjes vrij in het Arabisch en Turks te vertalen. Puzzelend hebben zij de geuren van jasmijn en kolonya toegevoegd. Verwonderd kijken en luisteren we naar elkaars raadselachtige tekens en vreemde klanken. Hoe begrijpen wij elkaar? Laten we samen klinken op de stad!
(foto: Christine van Rooijen)
in de schaduw van de zinsnede
onthoudt het onzegbare
zich van stem
maar waar in de wereldstorm
de slechtvalk cirkelt rond de toren
namen van kinderen in zijn klauwen
komt hier in de luwte
de raad bijeen
strijkt de hand over het hart
in de herinnering aan iets zachts
bij de spaanse poort
in de school aan de gracht
waar eens kinderen samendromden
vreemde emoties aan de orde van de dag
ontvouwt zich nu ruimte waar
niet het geld moet klinken
maar de herinnering aan hun lach
zing een rimpeling in oevers
breek wolken met handen
schep eenvoud uit letters en licht
vorm een dak boven het hoofd
van de wankelmoedigen
bij wie zich nu durft uit te spreken
wiekt een engel op de tong
In mijn kennismaking met de burgemeester vertelde hij mij de zachtheid van Zutphen te willen behouden. Dat ontroerde mij. Ik ben moeder van vier kinderen, docent van nog meer kinderen en de gedachte dat wij onze zachtheid koesteren en doorgeven aan volgende generaties, vind ik hoopgevend. Ter opening van de raadsvergadering op 3 maart wilde ik daarom een gedicht schrijven waarin deze zachtheid zou terugkomen. Op de agenda zag ik tot mijn verrassing een ‘motie vreemd aan de orde van de dag’ over de bestemming van het oude Baudartiusgebouw, waar ik 28 jaar heb lesgegeven. Hoe mooi dat een oud-leerling met deze motie een lans breekt om in de vrijgekomen ruimte betaalbare woningen onder te brengen!
wat is een vrouw
als zij alles ja werkelijk alles
zichzelf genoeg
de steen de smalle lijn
kaarsrecht langs de grove zijde
de wereld open
watermaanlichtjes in het duister weifelen
toch
zichzelf genoeg
ik laat jullie nu
de afrikaanse vrouw spreekt
ik ga naar mijn kinderen
nu
want ook de man wordt geboren uit de vrouw
hij draagt haar om zich heen als schild zacht
met scherpe randen
want zij is de moeder en het kind in de mens
de man ook de moeder ook het kind
in de mens de vader
de vrouw haar man staat
de man zijn vrouw staat
de mens en het water dat stroomt
daartussen
de stenen de grove lijn licht
langs de smalle rand het gruis in het duister
alle vrouwen huizen in de afghaanse
vensters kennen geen grenzen
de kracht
die ont breekt
nooit gebroken zal zijn
zolang de mens
zichzelf genoeg
in het water spiegelt de wereld
de ander
naast zich weet
verzet overtollig is
omdat de vrouw in de man
de toekomst zoent
de steen bij zich draagt
veelzijdig grijs met alle kleuren mengt
zijn steen bijdraagt
en haar verzoent met de mens in zichzelf
Elizabeth, Marlies, Gerda, Iris, Nelleke, Lilian, Lonneke, Eva Henny, Tessa, Renée en Dietske kwamen op internationale vrouwendag samen in Waterkracht en droegen allemaal hun ijsselsteentje bij de taal en vonden de vrouw in de mens.
(8 maart was het Internationale Vrouwendag. In buurtcentrum Waterkracht kwamen vrouwen samen om een nieuw stadsgedicht te schrijven. Op de woensdag daarvoor verzamelde ik steentjes bij de IJssel, waarvan ik zeker wist dat de rivier daaroverheen was gegaan. Dat beeld van die steentjes in het water vond ik passen bij de vrouwen die in de stroom van poëzie zouden staan. Zaterdag kozen we allemaal een steentje uit en gingen met elkaar in gesprek over de vrouw. Zie hier mijn poging om van de zinnen en gedachten die uitgewisseld werden een nieuw stadsgedicht te maken dat in elk geval door twaalf vrouwen gedragen zou worden…)
wat ik hier laat
de pen
waarmee ik om te beginnen een punt
hoe vrij de lijnen zijn die ik uitzet in de
ruimte
zelfs als liefde mij beweegt
als ik vluchtig en luchtig de nacht vang
in inkt zwart de stad
wie weet
de gevolgen van de kromme
de bocht in grafiet op papier
het gebogen lichaam in lood
het oog
de kijker vult met schuld
hulde alleen voor de held geldt
wat is nog goed als je wel vaart
bij de dood van een ander
en slecht als je pech hebt
onderweg
de moraal van een verhaal stokt
in perspectief
jij daar, ik hier, jullie toen, wij nu
wie ben ik
wie bepaalt de streep die ik trek in mijn werk
de stap die ik zet in jouw richting
wie gelooft mij nog en wie vertrouwt mij
als ik zeg dat ik mens ben
met jou alleen het goede voorheb
ook als er in het verschiet alleen nog maar bloed ligt
en hier in mijn hand een pen
Ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling ‘Tekenen in tijden van oorlog’, met o.a. de tekeningen en spotprenten van Jo Spier, schreef ik dit gedicht. Ik droeg het voor tijdens het symposium in de Walburgiskerk, waar naast prachtige muziek van Mila en Mira diverse lezingen te horen waren, van o.a. Charles Lewinsky, Cees van der Laan, onze burgemeester Wimar Jaeger, terwijl ondertussen allemaal jonge kunstenaars van de academie aan het tekenen waren. Als inleiding op mijn gedicht vertelde ik dat ik met een voordracht eigenlijk tegelijkertijd mijn eigen taalconstructies om zeep help. Dat heeft te maken met het open karakter van mijn wankele bouwsels. Ik wil dat lezers hun eigen geschiedenis kunnen meenemen in mijn gedicht, zich niet bekneld voelen als ze erin rondwandelen, maar betekenissen vinden die hun passen. Om te laten ervaren dat er meerdere betekenissen verscholen liggen in de papieren versie, las ik de eerste regel van het gedicht twee keer voor, met een ander accent. Je kunt iets hier laten, zodat het hier nog is, maar je kunt hier ook iets láten, dat wil zeggen ‘niet doen’. Die keuze - iets wel of juist iets niet doen - is het dilemma, iedere dag opnieuw, of het nu oorlog is of vrede, of iets ertussenin.
Klik op de afbeelding voor een download van het betreffende boek.
(Lukt het niet, stuur gerust een berichtje via het contactformulier. Dan stuur ik het bestand via de mail)