wie glas blaast

WIE GLAS BLAAST

D i e t s k e   G e e r l i n g s

  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop

Paperback, 132 pagina's

Fotografie Desiree Geerlings; tekst Dietske Geerlings

Prijs €22,50.

Verkrijgbaar bij de boekhandel of via onderstaande knop.

Als e-book kosteloos te downloaden bij het tabblad e-books.



Bestellen

wat een lijn was

 

mistroostig

 

waterweefsel

aan de lucht droogt

 

droef stolt

als ik

 

kralen klompjes aantrek

glazen rok en hemdje

 

mij in

 

broos vezelglas wikkel

 

dans en zing

 

dichtregels toonladders

 

o O oo O ooo OoOo Oo

 

wonderschoon en transparant was


quotesArtboard 1 copy 2

Dialoog
Twee vrouwen die elk een andere richting hebben gekozen, maar volgens mij, in veel dingen overeenkomen. Natuurlijk zijn ze zussen. Maar als je kijkt naar hun beroepspraktijk dan zie je ook overeenkomsten. Dat uit zich bijvoorbeeld in de aandacht voor de essentie en het abstracte. In de moleculaire dynamica worden de fysieke bewegingen van atomen en moleculen in de tijd bestudeerd. Bij protonenoverdracht gaat het om het zoeken naar een nieuw evenwicht.

In de (hermetische) poëzie van Hans Faverey zien we hetzelfde. Faverey stelt zich in dienst van de taal, laat de woorden het werk doen. Hij vormt dus tussenpersoon tussen de taal en het gedicht. Lees de poëzie van Dietske, kijk naar de zwart-wit foto’s van Desiree. Zij zoomen in op details, dat levert abstractie op, ieder vanuit de eigen achtergrond. Maar samen ontstaat een dialoog en een nieuwe werkelijkheid. Het is een van de aspecten waardoor deze bundel zo overtuigt. Kijk bijvoorbeeld naar de cover: een foto van een waterdruppel. Die vorm refereert aan een gestolde werkelijkheid, maar heeft ook iets van het begin van leven. 

JAN STOEL (BOEKENKRANT)

Lees recensie

In wie glas blaast vinden twee zussen, Desiree Geerlings (1970) en Dietske Geerlings (1971), elkaar ergens tussen woord en beeld, tussen Roermond en Zutphen. Waar ze altijd dachten heel verschillend te zijn – Desiree promoveerde op protontransfer in de moleculaire dynamica en Dietske studeerde af in de Nederlandse taal- en letterkunde op de poëzie van Hans Faverey – blijken zij toch een gemeenschap­pe­lijke fascinatie te hebben voor abstracte structuren. In wie glas blaast doen zij eigenlijk hetzelfde, maar op een andere manier. Allebei stellen ze scherp op iets wat verschijnt, Desiree in beeld, Dietske in taal. Wat zij vangen, komt los van de om­ge­ving, waardoor het in eerste in­stantie vervreemdt. Het is een ab­strac­tie ge­wor­den, maar doet ook ergens aan denken. Het lijkt of ze iets gevangen hebben, maar te­gelijkertijd ook zelf iets heb­ben ge­schapen. Als je inzoomt op het kleine, zie je in essentie dezelfde structuren terug als van de grote wereld om je heen. Als je de moeite neemt in te zoomen op de ander, kom je erachter dat de ander in wezen niet veel anders is dan jij. Wie glas blaast, schept een vorm uit iets vloeibaars. Wie fotografeert, laat beweging tot stilstand komen. Wie poëzie schrijft, laat een gedachte stollen in taal. Wat eerst bewoog, ligt nu verstild voor ons. Je nadert het wezen van iets, zonder het ooit te bereiken, maar door het te blijven proberen, kom je nader tot elkaar.


quotesArtboard 1 copy 2

Wat opvalt is de suggestieve kracht, die alle invulling aan de lezer laat. Het is een soort stemmingssymbolisme dat aan de dichters van het fin de siècle doet denken. De beeldende werking van woorden als ‘spiegelt’, ‘glas’ en ‘vloeibaar’ en in andere gedichten ook ‘breken’, ‘scherven’ en ‘licht’, voeden die gedachte. Het is daarbij aardig om zien dat het effect ervan na al die tijd nog steeds niet uitgewerkt is.
Nu zijn goede gedichten natuurlijk altijd meerduidig, maar juist omdat ze bij Geerlings zo rudimentair blijven, is het geen gemakkelijke poëzie. Dat geeft uiteraard niet. Gedichten als deze behoeden zichzelf ervoor dat ze al te makkelijk terzijde worden geschoven.

[...]


'wie glas blaast' is een zeer persoonlijke bundel, maar wel een met de potentie en de bereidheidheid om andermans persoonlijke bundel te worden.

JAN DE JONG  (TZUM) 

Lees recensie

 

 

als de spin weeft

 

zijn

tranen moleculen

 

atomen

 

in glasvezelnetwerk

oogsten

 

troost









Eigenlijk doen we hetzelfde, maar op een andere manier, zeggen we tegen el­kaar. Allebei stellen we scherp op iets wat verschijnt. Jij in beeld, ik in taal. Wat wij vangen, komt los van zijn om­ge­ving, waardoor het in eerste in­stantie vervreemdt. Het is een ab­strac­tie ge­wor­den, maar doet ook ergens aan denken. Het lijkt of we iets gevangen hebben, maar te­gelijkertijd ook zelf iets heb­ben ge­schapen. Wat eerst bewoog, ligt nu verstild voor ons. Als ik naar jouw beelden kijk, heb ik het gevoel of ik het wezen van iets na­­der, misschien zon­­der het ooit te bereiken, en juist dat raakt mij, brengt mij in beweging, omdat ik het blijf proberen. Steeds kom ik weer op iets an­ders uit en besef ik dat niets ooit hetzelfde is, en dat ik leef.

 

Terwijl ik naar jouw beelden kijk en in stilte woorden aan het we­gen ben, ver­schijnt wie glas blaast. Ik twijfel over de ruimte tus­sen glas en blaast, raad­pleeg de taaladviesdienst van Onze Taal en tref een oud-leerling van onze school, die me vertelt dat glas­blazen eigen­lijk niet goed te vervoegen is en alleen in on­be­paal­de wijs voorkomt. Ik begrijp dat ik een onmoge­lijk­heid wil, maar besluit toch de grens van de onbepaalde wijs te over­schrij­­­den en schep daarom ruimte tussen beide, omdat de lucht tussen glas en blazen be­te­kenissen oproept.

 

Dan besef ik dat de glasblazer niet alleen op papier bestaat. Ik wil weten wie glas blaast en hoe, alsof ik alleen dan verder kan schrijven: pas als ik de taal aan breekbaar glas ver­bon­den heb, het transparante broze waarin lucht geblazen wordt, als was het een woord waar je doorheen kunt kijken.

 

Evelien de Kruyf, glasinstrumentmaker (opgeleid aan de Leidse in­stru­ment­makers School) is bereid mij te ontvangen in haar ate­lier in Vaassen. Bla­zen is maar zo’n klein on­derdeel van het vak, zegt ze, en dat is ook wat ik zie als ze bezig is. Ze gaat door het vuur en draait alsmaar door. Speciaal voor mij blaast ze een bol, die per ongeluk uit elkaar spat. Ik zie een vorm ster­ven in splin­ters die nog even door de lucht zweven. Ze vormt op­nieuw een bol. Met een fijn instrument plaatst ze een glazen kindje in de bol en smelt in het vuur de navelstreng aan de binnenkant van het glas. Buiten het vuur stolt het vloei­ba­re kleine leven tot stilstand. Zij bepaalt het mo­ment van stollen. Dan toont ze me de as, ver­­scho­len in een glazen boom­stam, in een andere glazen bol. Voor mijn ogen stollen le­ven en dood in een transparante breek­baar­heid. Ze laat tekeningen zien van opdracht­ge­vers. Verlangens blaast zij vorm in glas. Voor even zijn we samen in de tijd en voel ik wat schep­pen is.


 

op de smalle strook tussen

twee zeeën

ben jij mij het meest nabij

 

heliadornis

mijn onthechte keerkringvogel

 

er zeilt een eenzaam razen

langs mijn vloedlijn

de gebroken mast

van een uitheems schip

 

daarom kijk ik

naar jouw licht

vooroverbuigen

naast mij

 

waar er twee zijn

vormt samen een

 

tussenin


Share by: