D i e t s k e G e e r l i n g s
Hoe een kind voor Moederdag een enorme envelop knutselt waarin weer allemaal kleine envelopjes zitten met briefjes waarin waarschijnlijk in allerlei variaties staat hoe veel het van zijn moeder houdt. Daar moest ik even aan denken toen ik al over de helft was van Postkamer, de nieuwe bundel van Ingmar Heytze. De bundel ziet er aan de voorkant een beetje uit als een luchtpostenvelop door de blauw-met-rode rand, maar de typografie en vooral de plek van auteursnaam en titel doen daar weer aan af, net als de achterkant van de bundel. Net niet dus. Gekunsteld en vergezocht, omdat de dichter niet alleen aan mensen, maar ook aan de meest vreemde voorwerpen en abstracta brieven schrijft. Retour afzender, dacht ik zelfs even. Maar net toen ik wilde besluiten de bundel onbesproken te laten, belandde ik na een zwarte bladzijde in ‘Brief uit het rijk van halve wezen’ en nog weer wat later in ‘Dreigbrief’, en dat is hoe het werkt in een postkamer: tussen alle rekeningen, aanmaningen en plichtplegingen hoeft er maar één brief te zitten die ertoe doet. In Heytzes Postkamer zitten er zelfs wat meer.
In ‘Brief uit het rijk van halve wezen’ is voor het eerst in de postkamer de noodzaak te voelen. Niets in deze brief is gekunsteld. Haast licht en luchtig vertelt de ik hoe hij ‘de telefoon uit zijn winterslaap haalde, drie berichten vond, naar beneden liep’ en zijn vrouw vertelde over de dood van zijn vader. Hij vertelt ook hoe hij foto’s nam van wat zijn vader achterliet, daarna dat hij die foto’s nog nooit heeft bekeken. Als lezer volg je het hele proces van het regelen van de uitvaart, de idiote keuzes die je daarbij moet maken en hoe je al die tijd eigenlijk nauwelijks aan het rouwen toekomt, maar dat die tijd later komt: ‘Hoe ik weken niet aanspreekbaar was, door bossen liep, niet wist wat ik moest voelen, waar in vredesnaam mijn vader in mijn lichaam zit.’
Vanaf deze brief wil ik verder lezen. Twee bladzijden verder staat ‘Dreigbrief’, over de dood van zijn moeder. Opvallend is dat beide brieven meer proza zijn dan poëzie, ook al heeft ‘Dreigbrief’ wel de opmaak van een gedicht. Het bevat vooral een dialoog tussen de ik en een onbekende vrouw die net belt als hij de kamers van zijn moeder aan het opruimen is. De vrouw probeert hem uit te horen over de dood van zijn moeder. De woede van de ik is voelbaar, maar ook de humor ervan, omdat hij de lezer ook laat weten wat hij het liefst allemaal tegen de vrouw zegt, maar steeds net op tijd inslikt.
‘Brief met eclairs’ is prachtig door krankzinnigheden als ‘Mijn moeder gaat een jaar geleden dood / vannacht’ of ‘mijn moeders dood is morgen / jarig, niet vergeten om een doos eclairs te kopen.’ Hier vangt Heytze de tragiek in humor en taalspel. Dat doet hij ook in ‘Brief aan mijn gewicht’:
Zeven kilo as, twee ouders, heb ik in dozen
op de hoedenplank. Bijna twee keer zoveel at ik
eraan, alsof ik ze omgekeerd kon baren,
ze in mezelf terug kan halen.
Mijn vader hangt nog rond in vogels.
Mijn moeder was meteen verdwenen, weggewiekt.
Wij bleven achter tussen hun extern geraamte,
alle spalken die hen waren aangemeten: looprek,
rollator, douche- en postoel, krukken, beugels,
wandelstok. Alsof een kauwennest van vorig jaar
in het vertrek was neergeploft.
Zo droeg ik ze rond tot de buikgriep kwam
en ik leegliep als een ballon, het verdriet
uit alle gaten door toiletten jaagde.
Braken is achterstevoren schrokken,
het huilen van je ingewanden.
Vanaf nu raak ik ze langzaam, zeker kwijt.
Ik draag ze af. Voortaan zal ik wees
en grijs en mager zijn.
Voor deze paar wil ik best een hele postkamer doorploeteren. Het is alsof de dichter zich in allerlei bochten heeft gewrongen om uiteindelijk te komen waar hij zijn moest, of misschien geldt dat juist, of ook wel voor de lezer. En toch, bij de ‘Tweede en laatste brief aan de poëzie’, het slotgedicht van de bundel, dacht ik: die eerste ‘Brief aan de poëzie’ was ook al mooi, het openingsgedicht, een mooie in- en uitgang dus. Geen uitgang, zo blijkt, want dan begint een nieuw rondje Postkamer.
Dietske Geerlings
Ingmar Heytze – Postkamer. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam. 80 blz. € 22,99.
Klik op de afbeelding voor een download van het betreffende boek.
(Lukt het niet, stuur gerust een berichtje via het contactformulier. Dan stuur ik het bestand via de mail)